Na Lijden, Verblijden
De Heer verblijdt Zijn gunstelingen; Toch mag de ziel, die Gode leeft, Niet steeds den psalm der vreugde zingen, Alsof zij nimmer droefheid heeft. Zij kent haar uren en haar dagen, Waarin zij al haar vlekken ziet, En, met een diep en spraakloos klagen, Beschaamd naar Jezus' voeten vliedt. Wel is de smart der blijdschap tegen ; Maar voert de smarte tot berouw, Dan is er in de droefheid zegen, Dan zijn de tranen hemeldauw. Zij kunnen 't hart gemoed verweeken, Zoo dat, bij 's Heeren...
Read Full Article on Standard Bearer
Full article available on sb.rfpa.org