Aanroeping
Naar U, naar U, o levend God, Die 't leven hebt en geeft, En uit den dood ten leven roept Alwaar uw adem zweeft. Naar U, de Springfontein des heils, Den Ader der gena; N aar uwen invloed smacht ons hart, En dorst het vroeg en spa. Uw licht is 't waar wij 't licht in zien, Dat in ons duister straalt; Uw levenslucht vervult de borst, Zoolang zij adem haalt. In U bewegen we ons alleen, In U slechts leven wij ; Waar Gij niet woont, daar heerscht de dood De nacht, de slavernij. O God...
Read Full Article on Standard Bearer
Full article available on sb.rfpa.org